keyboard_arrow_up
Groene vingers kweken
  9 januari 2013     Wonen     6 min. leestijd
Het is natuurlijk de vraag of je groene vingers kunt kweken, maar je kunt het natuurlijk wel leren hoe je met de planten in je tuin om moet gaan. Hieronder volgt een opsomming van een aantal planten, met een korte beschrijving van de plant en een onderhoudsadvies.

Voortuin

  • A- Hydrangea paniculata "Grandiflora"


    Deze hortensia wordt ook wel pluimhortensia genoemd en laat zich heel gemakkelijk snoeien, hij is een van de sterkste soorten in het Hydrangea geslacht. De 'Grandiflora' heeft als bijnaam 'schapekop' zo groot worden de bloempluimen. Als u de grandiflora nooit zou snoeien kan hij een hoogte bereiken van wel 6 m. Deze hortensia kan slecht tegen teveel nattigheid, in het ergste geval sterft de plant. Op arme grond kan het voor komen dat de pluimhortensia lichtgroene bladeren krijgt, de remedie is gedroogde koemest korrels toevoegen. Als het tijdens de bloei hard regent, kan het voorkomen dat enkele takken afbreken onder het gewicht van de bloemen. Snoei de takken van de pluimhortensia aan het einde van de winter terug op drie ogen vanaf de grond. De pluimhortensia zal dan binnen de kortste keren uitlopen, en zal grote bloemen dragen, als u de hortensia elk jaar zo snoeit wordt hij maximaal 1,5 m hoog. Als u van uw pluimhortensia een boompje gesnoeid heeft dan kunt u elk voorjaar iedere tak terug knippen op 3 ogen vanaf het ontstane kroontje.
  • B- Prunus laurocerasus 'Mount Vernon'

  • C - Buxus sempervirens haagje

  • D - Buxux sempervirens bolvorming

    D bolvorming
    Om een mooie buxus haag of bol te krijgen moet je minstens twee keer per jaar snoeien. De eerste keer mag vanaf eind mei tot eind juni. De tweede keer kan het best vanaf half augustus tot halverwege september. Snoei bij voorkeur op een bewolkte dag. Spuit de planten voor het snoeien nat, dat voorkomt verbranding van de gesnoeide toppen.

Achtertuin

  • E - Itea virginica Little Henry 'Sprich'

  • F - Clethra alnifolia 'Hummingbird'

  • G - Buxus sempervirens bolvorm

  • H - Sarcococca humilis

  • I - Pieris 'Flaming silver'

  • J - Magnolia soulangeana


    De Magnolia soulangiana werd voor het eerst in 1825 door de kweker Soulange-Bodin in Parijs op de markt gebracht. Deze soort groeit als heester of tot een 6 m hoge boom. De tulpachtige roze of witte bloemen staan rechtop. Het is een langzaam groeiende struik die soms tot een meerstammige boom uitgroeit. De Magnolia moet je eigenlijk niet snoeien. Wanneer het toch nodig is i.v.m. de ruimte kun je het het beste doen na de voorjaarsbloei. Later in het jaar zijn al de nieuwe bloemknoppen gevormd en zou je die af snoeien dan zal de boom het volgende jaar minder bloemen geven.
  • K - Spiraea japonica 'Little princess'

  • L - Aucuba japonica 'Rozannie'

  • M - Potentilla fruticosa 'Abbotswood'

  • N - Taxus baccata haag

  • O - Pyrus calleryana 'Chanticleer' leivorm


    De sierpeer wordt, vanwege haar mooie witte bloesem, pas na de bloei gesnoeid. Dit doe je jaarlijks door de waterscheuten (takken die verticaal op de horizontaal afgebonden takken groeien) terug te snoeien tot een lengte van 5 tot 10cm vanaf de horizontaal afgebonden tak (legger). Hierdoor snoeit u vanzelf de door u gewenste vorm in de leiboom, met de leggers als basis.
  • P - Buddleya davidii 'Nanho Purple'


    De naam Buddleja davidii (in de volksmond ook wel vlinderstruik genoemd) is afgeleid van de Engelse botanicus Adam Buddle en de toevoeging Davidii verwijst naar de Franse pater Armand David. De plant moet ieder jaar gesnoeid worden omdat de onderzijde van de struik verhout en verhoute delen geven geen bloemen. Snoeien moet in het voorjaar na de vorstperiode (in april), de vlinderstruik wordt het best gesnoeid tot zo'n 50 cm boven de grond. Als het warmer wordt, vormen zich vanuit de knopen nieuwe takken die later in het jaar bloemen zullen dragen. De laatste bloemaren moet men in het najaar aan de struik laten zitten omdat deze aren de plant tegen de vorst beschermen.
  • Q - Viburnum burkwoodii

  • R - Hedera helix 'Arbori Compact'

  • S - Hydrangea macrophylla 'Tovelit'


    Hortensia wordt gesnoeid in het voorjaar: eind maart - half april. Hortensia bloeit op hout van het voorgaande jaar. Regelmatig snoeien komt de bloei ten goede. Vormsnoei is niet nodig.
    Bij volgroeide planten worden zwak gegroeide (dunne) scheuten zonder meer verwijderd. Wanneer er veel oude scheuten aan de struik zitten, worden enkele daarvan op ca vijf centimeter boven de grond teruggezet. De overige oude scheuten worden tot dertig centimeter boven de grond ingekort. Snoei in dat geval het topeinde boven een naar buiten staand oog af. Uitgebloeide en jonge scheuten worden ook tot dertig centimeter boven de grond gesnoeid en ook op een buitenoog. Uit dit oog groeien nieuwe bloeischeuten. Van een totaal verouderde struik worden alle scheuten tot vijf centimeter boven de grond weggesnoeid. Nieuwe scheuten worden dan in de loop van het jaar gevormd. Die zullen dan niet in hetzelfde jaar bloeien, maar het jaar daarop. In het voorjaar daarna worden alle uitgebloeide scheuten tot op vijf centimeter boven de grond afgeknipt. De nieuwe, jonge scheuten worden tot op dertig centimeter teruggezet. De snoeicyclus is dus voortdurend gericht op verjonging van de struik.
  • T - Magnolia stellata 'Royal Star'


    Magnolia stellata is een bijzonder rijkbloeiende, struikvormige magnolia met stervormige bloemen. Meestal meerdere stammen. Hij groeit langzaam en blijft klein. Bij voorkeur zo weinig mogelijk snoeien. Mocht dit wel noodzakelijk zijn dan kan er in de zomer worden gesnoeid om de vorm te behouden.
  • U - Elaeagnus ebbingeď 'Olijfwilg'

  • V - Hydrangea macrophylla 'Mariesii Perfecta'

  • W - Rhododendron 'Belle Heller'


    Wanneer de bloemen van een Rhododendron uitgebloeide zijn dan moet u deze verwijderen. De uitgebloeide bloemen nemen namelijk veel vocht op en remmen daarmee de groei van nieuwe bloemen. Je kunt de uitgebloeide bloemen het beste met de hand af breken net boven het nieuwe oog. De kans bestaat dat je daardoor twee keer per jaar Rhododendron vol bloemen krijgt.
  • X - Ficus carica (vijgenboom)


    De vijgenboom is een bladverliezende sierheester. De vijgen rijpen doorgaans het tweede jaar. In het eerste jaar worden de vruchten gevormd. De snoei dient daarom zodanig uitgevoerd te worden dat de vruchten blijven hangen. Vaak worden de jonge toppen boven de vruchten (circa 3 tot 5 bladeren) in de zomer wegggesnoeid zodat het zonlicht dieper in de plant kan dringen.
  • Y - Lonicera nitida 'Red Tips'

Klimplanten

  • 1 - Passiflora caerulea

  • 2 - Clematis viticella 'Alba Luxurians'

  • 3 - Clematis viticella 'Little Nell'

  • 4 & 5 - Hedera hibernica

Vaste planten

  • 6 - Lavandula angustifolia 'Hidcote'

  • 7 - Liriope muscari 'Ingwersen'

  • 8 - Epimedium versicolor 'Sulphureum'

  • 9 - Arabis procurrens met sneeuwklokjes en blauwe druifjes

  • 10 - Kalimeris incisa 'Blue Star'

  • 11 - Calamintha nepeta ssp. nepeta

  • 12 - Geranium endressii 'Wargrave Pink'

  • 13 - Pulmonaria 'Majesté'

  • 14 - Brunnera macrophylla

  • 15 - Heuchera micrantha 'Palace Purple'

  • 16 - Hosta tardiana 'Halcyon'

  • 17 - Anemone hybrida 'Honorine Jobert'

Het gazon

Een gazon is vaak een sluitstuk van een tuin. Het legt lekker snel aan en kleedt mooi af. De praktijk is echter wat weerbarstiger. Een gazon blijft namelijk nooit zoals het was. Het groeit en een gazon blijft ook niet alleen maar gras. Er kommen paardenbloemen en er ontstaat klaver in de tuin en als het helemaal tegen zit wordt het gras verdrongen door mos. Aan dit alles valt wel iets te doen en dat kost behoorlijk wat inspanning.
Een relatief nieuw fenomeen in vochtige tuinen is de aantasting het gazon door emelten. Dit zijn de larven van de langpootmug en deze larven eten aan de wortels van het gras waardoor het er verdroogd uit gaat zien. De langpootmuggen leggen hun eitjes in de maand september en gedurende de wintermaanden groeien de emelten en doen ze zich te goed aan het gras. In het voorjaar zijn er verschillende bruine plekken ontstaan en deze plekken groeien. Bijkomend probleem is dat vogels emelten heerlijk vinden en in hun zoektocht het gehele gazon omwoelen.
Gelukkig zijn emelten zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden Steinernema spp. (ook wel aaltjes genoemd). Deze microscopisch kleine aaltjes leven in symbiose met een bacterie. Eenmaal in de bodem uitgezet zoeken ze de emelten op en dringen de emelten in. Eenmaal binnen scheiden de nematoden een bacterie af die de emelt doodt. In de dode emelt ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaan naar nieuwe emelten om ze te infecteren. Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een gastheer overleven. Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden. Insectparasitaire nematoden komen van origine voor in onze bodem en zijn daarom ook opgenomen in de Flora- en Faunawet als beschermde bodembewoners. Deze aaltjes zijn ongevaarlijk voor mens, dier, milieu en nuttige insecten.
Emelten kunnen in het voorjaar vanaf maart worden bestreden met nematoden als de bodemtemperatuur tenminste 6 tot 8°C is. In het voorjaar zijn de dagen langer, waardoor de bodemtemperatuur snel opwarmt. Emelten kunnen in het najaar vanaf de derde week van september worden bestreden, tenminste als de bodemtemperatuur niet lager is dan 8°C.