keyboard_arrow_up
Geschiedenis van Aston Martin
 10 augustus 2011     Rijden     4 min. leestijd
video_library
Ingenieur Robert Bamford en Lionel Martin begonnen in 1914 met de bouw van auto┤s nadat beide heren een jaar eerder samen besloten hadden om auto van het merk Singer te gaan verkopen. De eerste auto was een op een Isotta Fraschinichassis gebouwde 1400CC racer. De naam Aston Martin ontstond door een overwinning van Lionel Martinop de " AstonClinton Hillclimb" bij het plaatsje Aston Clinton. In de werkplaats aan Abingdon Road in Kensington werd in 1914 de eerste auto (een op een Isotta Fraschinichassis gebaseerde 1400CC racer) gebouwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werdt er bij Aston Martin niet geproduceert. Na de WOI werd Aston Martin nieuw leven ingeblazen door graaf Louis Zborowski, maar in 1920 stapte Bamford op. Waarna Aston Martin in 1922 racewagens maakte voor deelname aan Grote prijs van Frankrijk. Daarnaast werden in Brooklands wereld snelheids- en duurrecords verbroken, maar productiemodellen zouden nog een paar op zich laten wachten.

In 1924 vertrok Lionel Martin ging het merk failliet, waarna een aantal rijke investereerders onder de naam Renwick en Bertelli het merk overnamen. Onder leiding van Lord Charnwood werd "Aston Martin Motors" verhuisd naar Feltham. In 1927 werd een 10HP gepresenteerd. Het merk kende in deze tijd enkele successen in o.a. Le Mans en de Ultster. In 1931 werd het merk, na liquiditeitsproblemen overgenomen door Lance Prideaux-Brune en R. Gordon Sutherland. Deze nieuwe eigenaren besloten in zich in 1936 te gaan concentreren op de productie van auto's die bedoeld waren voor de normale weg.

Na tijdens de Tweede Wereldoorlog een sluimerend bestaan te hebben gehad werd Aston Martin in 1947 overgenomen door Sir David Brown, een tractorfabrikant (David Brown Limited). Een jaar na de overname nam Brown het merk Lagonda over, en voegde dit merk het juridisch en fysiek bij Aston Martin. In 1954 kocht Brown een locatie aan de Tickford Street in Newport Pagnell en dat luidde met de DB1 uit het begin in van de inmiddel klassiek geworde serie auto's met de naam DB (de initialen van Dan Brown). Na de DB1 en DB2 werd in 1957 de raceauto DB3 ge´ntroduceert.

De op 3.7L DB4 "Grand Touring" zorgde in 1958 voor een ommekeer in de geschiedenis van het merk waarbij besloten werd zich meer te specialiseren in auto's die voor de normale weg bedoeld waren. Een absoluut hoogtepunt was in 1964 het gebruik van de inmiddels wereldberoemde DB5 in de James Bond films Goldfinger en Thunderball (en later ook in de jaren '90 in de filmGoldeneye).
Na de DB6 volgden achtereenvolgens de DB6 (1965-1970) en de DBS en DBS V8 (1967-1972) die op het laatst Vantage genoemd werd.

Hoewel James Bond in 1969 nog de Aston Marin DBS  bestuurde "On her Majesty's Secret Service" gaat het eigenlijk vanaf 1968 minder met Aston Martin, waarna het merk in 1972 overgenomen werd door Company Developments. Mede door toenemende milieueisen kwam het bedrijf wederom in de problemen en in 1975 werd het merk overgenomen door de Amerikaanse zakenmensen George Minden en Peter Sprague.

De nieuwe eigenaren verniewden de modellijn met de introductie van de V8 Vantage in 1977 en de cabriolet uitvoering van de Vantage die de naam Volante droeg. In 1980 kwam Aston Martin met de Bulldog. Een prototype die moest aantonen dat Aston Martin staat was een "supercar" te bouwen. Dit prototype was een voorbode voor de Lagonda een voor die tijd zeer futuristische wigvormige sedan. Vervolgens werd de onderneming tweemaal verkocht alvorens de algemeen directeur Victor Gauntlett en Tim Healey het bedrijf in 1984 kopen.

Uiteindelijk wordt Ford in 1987 75% eigenaar van Aston Martin. In 1993 kocht Ford de laatste aandelen van Victor Gauntlett en bracht het beroemde merk onder in haar Premier Automotive Group waar ook Volvo, LandRover en Jaguar onder gebracht zijn. Nadat Ford volledig eigenaar was geworden is er veel geld ge´nvesteerd in het verbeteren van de productiefaciliteiten en het opvoeren van de productie. In 1994 werd een nieuwe fabriek aan de Banbury Road in Bloxham gevolg door een nieuwe Gaydon fabriek in 2003.

In datzelfde jaar rijdt James Bond (The Living Daylights) na een uitstapje naar Lotus in een Aston Martin. Dit keer mag Bond van zijn baas plaatsnemen in een Aston Martin V8 Vantage, die dan wel aan het einde van zijn levensduur is gekomen. De V8 wordt vervangen door de Virage. In 1992 werd een nieuwe Vantage aangekondigd die boven de Virage geplaatst werd. In het daarop volgende jaar werd de DB lijn nieuw leven in geblazen met de introductie van de DB7 (1993-2003) als "instapmodel". 

In 2003 kondigde het bedrijf terug te keren in de racerij met een nieuwe divisie onder de naam " Aston Martin Racing ". Deze devisie is samen met het bedrijf Prodrive verantwoordelijk voor de onderwikkeling en productie van de DBR9. Dit is een auto van de GT-klasse en zal o.a. deel gaan nemen aan de 24 uur van Le Mans.

Dankzij de nieuwe impuls als gevolg van de overname van Ford maakt Aston Martin nu weer eigenzinnige auto┤s zoals de  V8 Vantage (2005-nu) , DB9 (2003-nu)  en de Vanquish V12 (2001-nu) die James Bond in "Die Another Day" als "auto van de zaak" mocht gebruiken.

Voor de toekomst (2007) staat de Rapide op stapel en dit zal de eerste vier-deurs Aston Martin worden sinds de Lagonda. Ook James Bond blijft zijn merk. Hij gaat in de film "Casino Royale" (2006) aan de haal met een snelle versie van de Aston Martin DB9, de DBS.

Brochures: