keyboard_arrow_up

Leon Uris

De schrijver die de twintigste eeuw in romanvorm deed daveren.
 2 maart 2011 5 min. leestijd
Leon Marcus Uris (1924–2003) groeide op in Baltimore, als zoon van Poolse immigranten die vooral bezig waren met overleven. School was niet zijn terrein; hij maakte de middelbare school nooit af. Wat hij wél had: een instinct voor verhalen, een bijna fysieke drang om gebeurtenissen te begrijpen door ze te herscheppen in taal.
Op zijn zeventiende meldde hij zich bij het Amerikaanse Marinekorps. De Tweede Wereldoorlog bracht hem naar de Stille Zuidzee en Nieuw‑Zeeland. Na besmetting met malaria en daaropvolgende uitputting keerde hij terug naar de VS en kreeg uiteindelijk een baantje als chauffeur bij een krant in San Francisco. Daar begon het met een artikel over American football in Esquire in 1950. Het bleek het startschot voor een schrijverscarrière die hem naar Hollywood, Israël, Oost‑Europa en de bestsellerlijsten zou voeren.

Battle Cry

Uris’ debuutroman Battle Cry (1953) was een rauwe, energieke reconstructie van zijn mariniersjaren. Het boek werd een succes, de verfilming volgde, en Uris schreef zelf het scenario. Hollywood rook talent; Uris leverde tussendoor ook het script voor Gunfight at the O.K. Corral (1957), met Burt Lancaster en Kirk Douglas.

Exodus

In 1958 verscheen Exodus, het boek dat Uris’ naam definitief vestigde. Een epische roman over de strijd voor de stichting van de staat Israël, geschreven met de urgentie van iemand die de twintigste eeuw niet wilde beschrijven maar wilde verklaren. Het boek werd wereldwijd een fenomeen, vertaald in meer dan vijftig talen.

De verfilming (1960) leidde tot een conflict: Uris vond het scenario te afwijkend, te weinig trouw aan zijn intenties. Regisseur Otto Preminger vond het boek juist te anti‑Arabisch en anti‑Brits en herschreef het perspectief. Het tekent Uris: compromisloos, overtuigd van zijn missie, wars van nuance als die de dramatische lijn in de weg stond.
Exodus was niet alleen een roman, maar een cultureel fenomeen. Het boek beïnvloedde publieke opinie, politieke debatten en zelfs de manier waarop de jonge staat Israël zichzelf presenteerde aan de wereld als een jonge zelfverzekerde staat met bestaansrecht.

Mila 18

Mila 18 uit 1961 is misschien wel Uris’ meest geconcentreerde poging om morele helderheid te koppelen aan historische reconstructie. De roman volgt de opbouw, de verstikking en uiteindelijk de vernietiging van het getto van Warschau, maar doet dat met een bijna filmische intensiteit: scènes worden neergezet als tableau’s van groeiende wanhoop, waarin de personages — strijders, leiders, opportunisten, omstanders — steeds dichter naar hun onvermijdelijke rol worden geduwd.
Uris baseerde zich op talloze getuigenissen en documenten, maar wat het boek drijft is niet de archieftrouw; het is de overtuiging dat verzet, zelfs wanneer het hopeloos is, een vorm van waardigheid herstelt die geen bezetter kan uitwissen. De bunker aan Miła‑straat 18 wordt zo het symbolische hart van de roman: een ondergrondse ruimte waar de laatste overlevenden niet alleen vechten tegen de nazi’s, maar ook tegen de verleiding om te verdwijnen in fatalisme.
Uris’ stijl past hier wonderwel. Hij schrijft niet om de complexiteit van de geschiedenis te ontleden, maar om de kracht van menselijke koppigheid te vieren. Daardoor leest Mila 18 als een roman die tegelijk monument en aanklacht wil zijn.

Armageddon

In 1964 kwam Armageddon (1964) uit. Deze roman gaat over het verdeelde Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Waar Exodus en later ook The Haj draaien om natievorming in het Midden-Oosten, richt Armageddon zich op de morele en politieke breuklijn van Europa. Uris gebruikt Berlijn als toneel voor een verhaal over macht, schuld en wederopbouw: een stad die tegelijk slachtoffer en symbool is. De roman volgt Amerikaanse officieren, Duitse burgers en Sovjet-functionarissen, en toont hoe de Koude Oorlog niet begon met tanks, maar met logistiek, honger en ideologie. Uris’ stijl is opnieuw breed en filmisch, maar in Armageddon zit meer melancholie dan in zijn andere werken: een besef dat zelfs een “rechtvaardige overwinning” een spoor van morele schade achterlaat.
Wanneer kapitein Sean O'Sullivan wordt aangesteld als militair gouverneur van de fictieve Duitse stad Rombaden, ontdekken de geallieerden het nabijgelegen concentratiekamp Schwabenwald. O'Sullivan is diep geschokt door de gruwelen die hij daar aantreft.
Als reactie hierop verplicht hij de gehele burgerbevolking van Rombaden om naar het kamp te reizen en met eigen ogen de wreedheden te zien.
Uris baseerde dit op waargebeurde historische gebeurtenissen, waarbij Amerikaanse bevelhebbers na de bevrijding van kampen zoals Buchenwald en Dachau de lokale bevolking dwongen om de slachtoffers te zien en soms zelfs te helpen begraven.

De Haj

In The Haj (1984) keert Uris terug naar hetzelfde morele landschap als in Exodus, maar vanuit het perspectief van de Arabische wereld. Waar Exodus Israël neerzet als een jonge, daadkrachtige natie die uit vervolging opstijgt, toont The Haj een samenleving die volgens Uris wordt geremd door traditie, eer en interne verdeeldheid. De figuur Ibrahim al‑Soukori fungeert daarbij als tegenbeeld van Ari Ben Canaan: geen held, maar een man gevangen in stagnatie. Zo vormen beide romans een tweeluik waarin Uris zijn ideologische contrast maximaliseert — Israël als vooruitgang, de Arabische wereld als tragische stilstand — en waarin The Haj fungeert als echo, correctie en versterking van de mythologie die hij met Exodus begon.
De romans van Leon Uris, vooral Exodus en The Haj, zijn geschreven in een uitgesproken politieke context en presenteren het Israëlisch‑Palestijnse conflict vanuit één dominante invalshoek. Palestijnse en Arabische personages worden soms stereotiep of negatief neergezet, en het narratief is sterk pro‑Israëlisch. Het werk blijft literair en cultuurhistorisch relevant, maar vraagt om hedendaagse context: het is historische fictie met een ideologische lading, geen evenwichtige weergave van de werkelijkheid.

Orde scheppen die niet bestaat

Bijna al zijn boeken spelen zich af in de turbulentie van de twintigste eeuw. Oorlog, diaspora, kolonisatie, verzet, ideologie: Uris koos thema’s die nog steeds resoneren en voor een kritische lezer zelfs nu nog relevant zijn. Zijn werk is een tijdcapsule én een interpretatie, een poging om orde te scheppen in een eeuw die voortdurend uit elkaar leek te vallen.

Uris overleed in 2003, 78 jaar oud op Shelter Island nabij New York. Zijn boeken blijven circuleren, herdruk na herdruk, omdat ze iets doen wat weinig romans nog durven: geschiedenis niet alleen beschrijven, maar bezweren.

Bibliografie

Overige boeken

  • 1967 The Third Temple (De derde tempel)
  • 1988 Mitla Pass (Mitla Pass)
  • 1995 Redemption (Verlossing)
  • 1999 A god in ruins (Een gevallen god)
  • 2003 O'Hara's Choice (-)
Helaas zijn de boeken van Leon Uris in Nederland niet meer nieuw verkrijgbaar, maar op boekenmarkten of marktplaats zijn ze meestal wel te vinden.
Dit artikel verscheen 15 jaar geleden voor het eerst. De laatste
aanpassingen
Bij aanpassingen moet gedacht worden aan het herstellen van taalfouten, kromme zinnen, feitelijke onjuistheden en verbroken hyperlinks.
werden 3 maanden geleden doorgevoerd. Mocht je onverhoopt een onvolkomenheid zien, neem dan contact met ons op door middel van onderstaande knop.
Mail de redactie